Kamer twijfelt aan nieuw leren mbo – Yvonne Doorduyn
DEN HAAG – De verplichte invoering van het nieuwe competentiegerichte leren in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), gepland voor 2010, staat op losse schroeven. De Tweede Kamer twijfelt of de nieuwe methode voldoet aan de eisen die de parlementaire commissie-Dijsselbloem voor onderwijsvernieuwingen heeft opgesteld.
Hervormingen staan op de tocht door rapport commissie-Dijsselbloem (ANP)
Dinsdag debatteert de Tweede Kamer met voorzitter Jeroen Dijsselbloem (PvdA) over het rapport Tijd voor Onderwijs, waarin de commissie de grote onderwijsvernieuwingen van de jaren negentig analyseert. Bij die wijzigingen ging nogal wat mis. De basisvorming, studiehuis, tweede fase en het vmbo werden te haastig ingevoerd, zonder draagvlak en met te weinig geld.
Bang
Vooral de PvdA is bang dat het middelbaar beroepsonderwijs met het competentieleren (minder kennisoverdracht, meer nadruk op vaardigheden) hetzelfde overkomt. ‘Het moet niet zo zijn dat leraren zeggen: het moet van Den Haag’, verklaart PvdA-Kamerlid Staf Depla. ‘We moeten de lessen van Dijsselbloem vertalen naar de huidige vernieuwingen. En dan moeten we het misschien gewoon niet doen.’
Hetzelfde geldt volgens de PvdA voor de hervorming van het speciaal onderwijs voor leerlingen met een handicap. Het kabinet wil die scholieren vanaf 2011 zoveel mogelijk in reguliere klassen onderbrengen. Tot ergernis van veel leraren. Depla: ‘Ook daar moeten we mogelijk niet mee doorgaan.’
Regeringspartners CDA en ChristenUnie zijn terughoudender, maar stellen eveneens dat het rapport-Dijsselbloem consequenties moet hebben voor de vernieuwingen in het mbo. ‘We moeten alles op alles zetten om de knelpunten boven water te krijgen’, vindt CDA’er Jan-Jacob van Dijk. ‘Als sommige scholen meer tijd nodig hebben, dan moet dat maar.’
Arie Slob van de ChristenUnie: ‘We blijven de plannen kritisch volgen – met het rapport in de hand.’ Beiden gaan ervan uit dat de verplichte lesmethode in het mbo uiteindelijk ‘Dijsselbloem-proof’ zal blijken. De SP en ook de lerarenvakbond AOb zijn fel tegen. ‘Laat docenten zelf bepalen hoe ze lesgeven’, vindt SP’er Jasper van Dijk.
Zorgvuldiger
Over het algemeen zijn partijen zeer te spreken over de conclusies van het rapport-Dijsselbloem. PvdA en SP gaan ervan uit dat het onderzoek een politieke verschuiving teweeg brengt, en dat Den Haag vanaf nu bij onderwijsvernieuwingen zorgvuldiger te werk gaat. CDA en ChristenUnie zijn sceptischer. ‘Achteraf is het altijd makkelijk praten’, zegt Jan-Jacob van Dijk van het CDA. Slob: ‘Ik zat zelf in de commissie-Duivesteijn (infrastuctuurprojecten, red.). Parlementaire onderzoeken hebben vaak dezelfde uitkomst. De tijd zal het leren.’
Van de concrete aanbevelingen uit het rapport-Dijsselbloem is de Kamer vooral gecharmeerd van het idee om leerlingen tussen vmbo, havo en vwo weer makkelijker te laten doorstromen, zodat ze diploma’s kunnen ‘stapelen’. Op dit moment gaan weinig scholieren na het vmbo door naar de havo, terwijl de overstap van mavo naar havo vroeger heel gebruikelijk was. Ook Dijsselbloems advies om scholen hun uitgaven beter te laten verantwoorden, kan in de Tweede Kamer op steun rekenen.
Zowel CDA als PvdA en ChristenUnie zijn minder te spreken over de begintoets in groep 3, die de commissie adviseert.
Yvonne Doorduyn, De Volkskrant, 14 april 2008

