Er is veel te doen over de kwaliteit van het Nederlandse (beroeps)onderwijs. Met het rapport van de commissie-Dijsselbloem is vriend en vijand duidelijk gemaakt dat het in deze sector de laatste 35 à 40 jaar goed is fout gegaan. Maar niet alleen de kwaliteit van het onderwijs staat ter discussie. De gehele maatschappij lijkt onderwerp van herbezinning. Ook de gezondheidszorg, justitie en de politiek lijken geconfronteerd te worden met kwaliteitsvernauwing. Schaalvergroting, regelzucht en procedures hebben geleid tot een enorm bureaucratische geldverspilling. Dit staat lijnrecht tegenover het verdwijnen van handenarbeid dat economisch te duur zou zijn. Vele niet-werkenden zouden aan de slag kunnen gaan als automatisering voor een deel weer plaats zou maken voor ambachtelijkheid. Dit vereist wel een omslag in ons economisch denken.

“Ik denk dat ik de sleutel heb gevonden waarmee de poort naar een aardigere samenleving kan worden geopend; afstand nemen van het dominante economische denken en persoonlijke zingeving weer een bewust doel laten zijn binnen het aardse bestaan”. Aldus Harry Verhoeven, beeldend kunstenaar en auteur van het boek ‘De verwondering van het maken’, een omvangrijk en onderhoudende verhandeling over de historie van de praktische bouwopleidingen. In dit boek, het resultaat van een filiatieproces van zijn eigen historie en beleving van het leven, houdt Verhoeven een hartstochtelijk pleidooi voor de terugkeer van een ambachtsschool nieuwe stijl, waarin naar zijn idee ‘het intellectueel maken’ als vormend middel centraal moet staan. Hij realiseerde zich dat klassiek vakmanschap in relatie staat tot creativiteit, tot een bepaalde levensvisie en in feite tot het ontstaan van de menselijke cultuur. Verhoeven heeft met zijn zeldzaam goed gedocumenteerde boek ruim aandacht geschonken aan de ontwikkeling van deze schoolsoort, die in 1861 in Amsterdam het licht zag. ‘De verwondering van het maken’ is een bijzonder fraai boek met daarin niet alleen een uitgebreid historisch overzicht van de bouwopleidingen in ons land, maar ook een geheel eigen visie op de beleving van vakmanschap. Voor Verhoeven is dat direct verbonden met de zin van het bestaan en bovendien met de overdracht van waarden en normen. “Iemand die geleerd en beleefd heeft iets mooi te maken, krijgt respect voor het werk dat anderen maken”, is een van zijn belangrijkste stellingen. Het lijkt bijna op een religieuze benadering waarmee de Bergeijkenaar al jaren lang een kruistocht voert tegen de verloedering van de maatschappij in zijn algemeenheid en het beroepsopleidingen in het bijzonder.

Na aanvankelijk de eerste jaren van zijn werkzaam leven als allround metselaar te hebben bijgedragen aan de welvaart van Nederland, maar ook aan het eenvoudige gezin waarbinnen hij in het Brabantse Goirle opgroeide, klom Verhoeven (1950) via jarenlange avondstudie op naar algemeen directeur van de Bouw Educatie Groep, een toonaangevend branche gerelateerd opleidingsbedrijf in Veldhoven. Zijn kritische houding tegenover de aftakeling van het vakmanschap, dat hij koppelde aan de ontwikkeling van het beroepsonderwijs deed zijn besef groeien dat vorming, vakmanschap en zingeving in dezelfde relatie staan met elkaar als het samenspel tussen hoofd, hart en handen. De filosofische titel van zijn boek verraadt een groot belang en respect voor de beleving van esthetische handvaardigheid, een kwaliteit die jarenlang de enige doelstelling was van het beroepsonderwijs. “Met de invoering van de mammoetwet in de jaren zestig is het onderwijssysteem verworden tot één grote welzijnsvoorziening waarin kansen en doorstroming van iedereen belangrijker werden geacht dan het systematisch aanleren van basisvaardigheden, waarmee je op een zinvolle wijze een bijdrage kunt leveren aan de samenleving. Het onderwijssysteem is door de politiek misbruikt om de maatschappij te vormen in plaats van aandacht te schenken aan de individuele ontwikkeling van talent. Een mooi voorbeeld hiervan was de typisch jaren zeventig onderwijsdoelstelling om meer mensen mondiger te maken. Het meest dramatisch is de intellectuele scheiding die aangebracht is tussen de opleidingen voor “blauwe kielen en witte boorden”. Wat te denken van de verwerpelijke selectie die door de Cito-toets plaats vindt? Veel mensen zouden beter af zijn geweest als ze niet naar de HAVO waren gegaan maar naar een schooltype waarin handvaardigheid hét middel was geweest om hun persoonlijke kwaliteiten te ontwikkelen”.Het bekritiseerde toetssysteem heeft ertoe geleid dat het enige schooltype waar dat nog enigszins mogelijk is, het VMBO, bevolkt worden door een laag gekwalificeerde en eenzijdig samengestelde groep leerlingen, die bovendien ook nog op een verkeerde manier in aanraking komen met materiaal en techniek. Samen met de veralgemenisering, het managementgeweld en de verdwenen inspirerende vakdocent heeft het onderwijs op grote schaal bijgedragen tot een cultuurverval waarin kwaliteitsdenken en vragen zoals ‘waartoe zijn we op aarde’ geen rol meer spelen. Het frappante hiervan is dat allerlei maatschappelijke problemen die hierdoor zijn ontstaan, door datzelfde onderwijs weer moeten worden opgelost.

Verhoeven wil een rijk cultureel erfgoed, zoals het ambachtelijk maken als onderdeel van cultuur en zingeving aan het bestaan, via het onderwijs weer in ere te herstellen. Dat kan alleen maar als beslissers en vormgevers hiervan, zelf een creatieve ontwikkeling hebben gehad tijdens hun puberjaren. Een ambachtsschool op HAVO-VWO niveau zou een kweekvijver kunnen vormen voor toekomstige cultuurhervormers zoals schrijvers, architecten, filosofen en leraren. Politici zouden anders besturen als ze tijdens hun jeugdjaren zelf een opleiding hadden gehad waarin intellectuele vorming hand in hand was gegaan met het ambachtelijk maken. “Revival van het vakmanschap zal het werkproces anderen waarden geven. Beroepstrots en arbeidsvreugde zullen mensen weer motiveren, waardoor werken met plezier een belangrijke meerwaarde geeft aan het persoonlijk welbehagen”, aldus de bevlogen idealist Verhoeven.

‘De verwondering van het maken’, informatie en/of bestellen via www.eyckehorst.nl