Godsdienstoorlog ondermijnt de leraar – Dolf van den Berg
Verschenen in: het Onderwijsblad 15 december 2007
Het onderwijs wordt geteisterd door een godsdienstoorlog. In een dergelijke strijd worden ideen en inzichten te vuur en te zwaard bestreden en organiseren de krijgers zich om de zaken kracht bij te zetten. Klinkt bekend, vindt emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie Dolf van den Berg. In het onderwijs is er sprake van polarisatie en verdeeldheid ten top.
Enkele koppen uit de kranten van de laatste maanden: Nieuw onderwijs leidt tot tweespalt; Jongens kreunen onder het nieuwe leren; Jongens willen een leider voor de klas; Onderwijs tegen het licht en Nieuw taboe: onderwijsvernieuwing. Nieuwe verwachtingen over goed onderwijs werken sterk conflicterend, zo blijkt. Op de kaft van mijn nieuwe boek Denk aan je mensen geef ik de polarisatie aan met een hamer, verwijzend naar de kracht van de polarisatie. Manager en medewerker komen steeds meer van elkaar af te staan. Medewerkers onderling ook. Dit is ernstig, want in veel gevallen zorgt dit voor onzekerheid, onmacht, angst, frustratie, zelftwijfel en gevoelens van isolement van leraren.
Ik wil deze problematiek vanuit een meer psychologische invalshoek benaderen, omdat daar een zekere oplossing ligt. Ik ga ervan uit dat mensen in het onderwijs hun eigen opvattingen, overtuigingen en houdingen beschouwen als hun onweerlegbare persoonlijke waarheden, die elke mens erop na houdt. Een voorbeeld. Als we de vraag stellen: Wat is water voor mij? Luidt het antwoord: Datgene waarmee ik mij regelmatig was en wat ik drink. Wat voor een chemicus H2O is en voor een zwemmer het zilte nat, is voor een brandweerman blusmiddel. En wie in de winter als schaatser door een wak onder het ijs schiet, ziet het meest grimmige gezicht dat water kan tonen. Zo ook hebben vernieuwingen in het onderwijs voor ieder een ander onweerlegbaar gezicht. En ieder geeft er zijn eigen betekenis aan.
Er zijn verschillende manieren van betekenisgeving die wij allen heel serieus moeten nemen om de leraar psychisch niet tekort te doen. Men wordt zelfs ziek door het systematisch wegnemen van vrijheidsgraden van medewerkers op de werkvloer. Ik ken een leraar met een groot plichtsbesef, die zich niet begrepen voelt door de leiding. Hij stelt: Je moet alles bundelen wat in huis is. Ik heb ook wat toe te voegen. En ik kom daarbij op niemands terrein. Ik zou graag meedenken. Waarom kan dat niet? Dit soort geluiden hoor ik dagelijks.
Herkenning en erkenning van al deze gevoelens vraagt om heel specifiek leiderschap met aandacht voor het zoeken naar de motivatie en de betrokkenheid van individuele personen. Deze benadering vraagt om leiders die ergens voor staan, individuele verschillen tussen leraren erkennen en leraren weten te stimuleren. Leraren verschillen bijvoorbeeld zoals een ieder – in hun reactie op de onzekerheid die veranderingsprocessen met zich meebrengen. Enkele coauteurs van mijn boek omschrijven dit als volgt. Een voelbaar gemis is dikwijls de tijd voor verdiepende gesprekken met elkaar, de interesse voor de beweegredenen van elkaar, het op de hoogte zijn van de bezigheden van de ander. Kortom: gesprekken waarbij het individu centraal staat al dan niet gerelateerd aan het werk. De persoonlijke verhalen van docenten geven zicht op hun persoonlijke betrokkenheid, en op de emoties die het vernieuwingsproces bij hen oproept. Heb en toon daar begrip voor als leiding en bouw daarop voort.
Plichtsbesef
De godsdienstoorlog ontlokt allerlei vragen. Is mijn eigen taakopvatting nog toereikend? Men verwacht professionele waardevolle dingen te verliezen; bepaalde werkcondities – zoals urentabellen – gaan verloren; men ervaart een verlies van controle over de eigen tijdsbesteding en taakinvulling; men krijgt steeds meer taken zonder extra middelen of ondersteuning; men voelt dat men niet meer tegemoet kan komen aan de verwachtingen van anderen. Kortom, vanuit het grote plichtsbesef dat leraren hebben, hebben ze het gevoel tekort te schieten. Grote gevoelens van onzekerheid, verlies en schuld kunnen tot sterk defensieve reacties leiden.
Nog enkele vragen van leraren: Herken ik me nog wel in mijn rol? En wil ik er nog bij horen? Wat betekent dit onderwijsconcept voor mij? Wat betekent dit voor mijn werk?
Al deze vragen komen voort uit wat ik noem de existentie van de mens. Veel leraren hebben existentile vragen over de legitimiteit van de externe taakinvulling. De existentile vraag is: Waar haalt men het recht vandaan mij dit op te leggen? Vind ik als leraar dat die anderen bevoegd zijn voor het invullen van mijn professionele taak?
Leraren hebben ook zelf een oordeel over wie op een legitieme wijze definieert wat goed onderwijs is en welke veranderingen daarvoor gerealiseerd moeten worden.
Dit existentieel probleem lossen we niet op door maar te blijven polariseren en de tweespalt te accentueren. Integendeel: een niet-berekenend en niet-berekend vertrouwen onderling is van meer belang. De leiding in scholen zal bereid moeten zijn zich in te zetten vanuit het vertrouwen in de dialoog. Het is niet slim om de conflicten via een soort godsdienstoorlog te gaan uitvechten. Elke leraar is gemotiveerd en betrokken. Maar elk op zijn eigen wijze vanuit zijn unieke levensscript.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbass Business School, Tilburg University. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn boek Denk aan je mensen. Weerbarstigheid te lijf in het onderwijs en elders gaat in op het existentieel probleem van leraren en biedt schoolleiders hulp. Het boek verscheen dit jaar bij uitgeverij Garant. ISBN: 9789044121056. Prijs: 14,80.

