We spraken met twee ervaren ex-docenten, inmiddels managers, bij twee verschillende ROC’s en we hadden afgesproken met elkaar over de stand van zaken in het middelbaar beroepsonderwijs te praten zonder alles te herleiden tot het ‘Nieuwe Leren’ en/of ‘CGO’ (Competentie Gericht Onderwijs). Dat viel niet mee, maar leverde twee boeiende gesprekken op. Het kan dus nog: inspirerend over onderwijs praten. Twee gesprekken: één verslag.

Arie Rijsdijk (58) is onderwijsmanager aan een middelgroot ROC in het westen van het land met zo’n 12.000 leerlingen en Arjen Ronner (55) is momenteel teammanager bij een vestiging van een ROC in Amsterdam-West.Tot zijn vestiging behoren veel leerlingen tot wat inmiddels heet: de moeilijke doelgroep. Op 9/11 is die locatie een dag dichtgegaan vanwege de rellerige sfeer.
Om maar gelijk met de deur in huis te vallen. De trits leren-loopbaan-burgerschap wordt steeds belangrijker in het onderwijs als (1) thuis een veilige haven afwezig is, als (2) opvoeden thuis niet meer vanzelfsprekend is en als (3) agressie en bedreigingen een dagelijks terugkerend fenomeen is.
Heeft ons onderwijs daarop de juiste antwoorden? We kunnen net doen of er niets aan de hand is en zonder aanziens des persoons frontaal inhoudelijke kennis ‘overpompen’ of kiezen het andere uiterste; volledig pedagogisch gezien verantwoord onderwijs geven. Helaas worden er te vaak kant en klare methodes uit de kast getrokken. We krijgen dan het botox-effect: aan de buitenkant lijken het sociaal vaardige leerlingen maar het aangeleerde gedrag is geen wezenlijk deel van hun identiteit.
 Het lijkt soms alsof we gaan van een generatie leerlingen die kartonnen diploma’s bezitten met inhoudelijke eisen naar een groep die van ‘plastic’ is. Het gedrag is wenselijk maar is hun inhoud en persoonlijkheid ook voldoende ontwikkeld?
In beide uitersten laten we de kinderen in de steek en kijken we weg van de echte problemen: de docenten kijken weg, ouders kijken weg en de maatschappij kijkt ook liever de andere kant op. Maar wat dan? En trouwens zijn die jongeren zelf wel zo fundamenteel anders tegenwoordig dan pakweg 30 jaar geleden?

Gewoon boekhouden jongen, niet lullen!

In hun keuzes zijn jongeren eigenlijk nog steeds hetzelfde. Meisjes kiezen ‘sociale richtingen’ en jongens gaan voor geld verdienen en vooral ook voor ‘geen vieze handen’ maken. Op MBO-niveau vind je commerciële managementopleidingen bij Handel en dat is dan ook een erg populaire richting bij de jongens. De leerlingen in het beroepsonderwijs zijn in die zin traditioneel, misschien zelfs wel traditioneler dan dat wij zelf ooit waren. ‘Kijk maar naar de populariteit van de bruidsbeurzen’. Sceptisch zijn Arie en Arjen over de zogenaamde Generatie Einstein. ‘Klopt wel: maar vooral voor de kinderen uit het Gooi.
Het is vooral de samenleving die kinderen vandaag de dag anders doet zijn dan voorheen. Ze zijn minder ideologisch, willen snel rijk worden en verder gewoon huisje, boompje, beestje. Wat ze wel anders maakt zijn de vele prikkels die ze dagelijks via de TV en Internet krijgen toegediend. Je moet als moderne leerling ijzersterk in je schoenen staan om daar dagelijks mee te kunnen omgaan en ook de scholen hebben daarop niet een adequaat antwoord: meer regels en meer afspraken?
De klas van vroeger is niet meer één geheel, het zijn steeds meer losse individuen geworden. Als je in de jaren 70 ‘een moeilijk geval’ had, stuurde je die naar de directeur en kon je je als docent je verder bezig houden met ‘de standaard leerling’. De managers in het onderwijs hebben daar vaak te weinig oog voor. Ze herkennen wel dat veel docenten het niet meer aan kunnen, maar proberen dat te managen met concepten en beheersingsideeën als targets, plannen en afrekenculturen.
De moderne docent moet dan ook van meerdere markten thuis zijn als het gaat om het invullen van de eerder genoemde trits: leren-loopbaan-burgerschap. Alleen (aan-)leren is niet meer genoeg. Zelfs groepsdynamica: het gedrag van individuen in een groep, behoort tot het kennisdomein van de moderne docent. En een docent die zelf nauwelijks signalen opvangt uit de maatschappij, zoals bij de moord op Theo van Gogh bijvoorbeeld, roept wel erg gemakkelijk tegen de kids: ‘gewoon boekhouden jongen, niet lullen’.

Nieuw vakmanschap is verbinden

Hoe gaan we dan wel echt opleiden zonder elkaar te verzuipen in de beheersmatige kant, de kosten van onderwijs nog verder terug te drukken en vooral reputatieschade te willen voorkomen? Het gevaar van het GCO met twee jaar uitstellen in het MBO is vooral dat we die beheersmatige kant nog weer verder gaan uitbouwen en als we niet uitkijken terug gaan naar af omdat we allemaal afkijken van de fundamentele problemen. Klaar lijkt Kees!
De energie steken we nu in de conflicten tussen docenten en managers in plaats van de handen in één te slaan en de energie gezamenlijk te steken in de relatie tussen leerlingen en docent. Als we toch zo nodig willen scoren, laten we dan scoren op verbinding met de jongeren.
Een goede docent legt een relatie met de leerling en gaat van daaruit aan de gang. Goede docenten voor jou waren de docenten die je wisten te raken en dat is wat je tot in lengte van jaren onthoudt. Dat zal nooit veranderen! Een goede docent is een verleider. De competenties uit de wet BIO lijken overgenomen uit competentietaal uit de States, maar waar gaat het toe leiden?
We krijgen meer instrumentarium, maar het is vergeven van de managementtaal en daarmee niet authentiek. Uiteindelijk spreken de leerlingen, als botox-poppen met uitdrukkingsloze gezichten, de aangeleerde taal terwijl aan de binnenkant niets is veranderd. En we zien en weten het allemaal: op papier zijn de doelstellingen gehaald, maar in de dagelijkse realiteit klopt er allemaal weinig van. Even serieus: ‘het wordt weer tijd dat we elkaar aanspreken in robuuste taal en niet in modieuze managementtaal’.

‘We moeten met elkaar de spagaat overwinnen van enerzijds het streven naar beheersing en het doorgeslagen individualisme en anderzijds de wens het onderwijs te richten op de kwaliteit van de samenleving als gemeenschap. Als we daar nu eens die twee jaar uitstel voor gebruiken dan zijn we met de onderwijsvernieuwing wel op de goede weg. We hebben een mooie missie, maar die moeten we wel laten zien.