Abkader Chrifi, initatiefnemer van de campagne Trendy Maroc Star, vindt dat Marokkanen moeten werken aan een positief zelfbeeld. ‘De oplossing voor de problemen moet uit de Marokkaanse gemeenschap komen. We moeten investeren in onszelf en ontwikkelen naar een hoger niveau van bewustzijn,’ vertelt Chrifi in zijn nieuwe kantoor van zijn bedrijfje Le-Succès in Utrecht.


In september 2006 startte Chrifi met de campagne Trendy Maroc Star in NL. Met ondersteuning van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met hulp van vooraanstaande Marokkanen en professionals uit de politiek, media, onderwijs, bedrijfsleven, cultuur, kunst en sport werkt Chrifi overal in Nederland aan zelfreflectie, vertrouwen, onafhankelijkheid, evenwicht en harmonie in de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. ‘Dat moet uiteindelijk leiden tot versterking van hun maatschappelijke en economische positie.’ Intussen hebben 1000 mensen in heel Nederland meegedaan aan de training.

Wat zijn volgens u de problemen waarmee de Marokkaanse gemeenschap in Nederland kampt?
Veel Marokkanen hebben een identiteitsprobleem en zijn zoekend. Maar de twee belangrijkste problemen zijn armoede en onwetendheid. Verdonk wilde de problemen met inburgering oplossen met dwang. Ik geloof er niet in dat je met regels mensen kunt veranderen. Die verandering moet van binnenuit komen, op basis van zelfvertrouwen. Maatregelen van de overheid en uitspraken van politici leiden tot een stresssituatie met onzekerheid, angst en verdriet. Daardoor zetten mensen hun hakken in het zand en vallen zij terug op het oude repertoire. Daarbij hoort ook de radicalisering.

In welke benadering gelooft u wel?
Door mijn eigen ervaring als zoon van een Marokkaanse gastarbeider, als hanggroepjongere in het Utrechtse Hoog Catharijne en als bijstandsontvanger weet ik hoe het is om je minderwaardig te voelen. Over die mentale en psychische armoede, waardoor ik een minderwaardigheidscomplex had, schrijf ik in mijn boek. Dat herkennen veel mensen. Vervolgens geef ik antwoord op de vraag: wat dan? Mensen zijn schepper van hun eigen werkelijkheid. Dat betekent dat je de situatie waar je in leeft zelf geschapen hebt. Je vermogens zijn echter onbeperkt, dus je kunt ook een andere werkelijkheid scheppen. Het maakt dan niet uit waar je vandaan komt. Je moet vervolgens wel weten wie je bent en wat je wilt scheppen.

Hoe bent u zelf met die vragen omgegaan?
Vastberadenheid is voor mij van levensbelang. Hoe ga je met tegenslag om? Geef je op of ga je door? Hoe ga je om met een berg op je weg? Je bent zelf als water, dat overal doorheen en omheen gaat. Water is niet te stoppen en komt altijd weer bij één punt samen en gaat weer verder. Dat is een mooie metafoor. Weerstand geeft niet, maar het overwinnen daarvan heeft tijd nodig. Succes is wisselend, dat heb ik ook gezien na publicatie van mijn boek. Als beginnend schrijver wil je dat je boek overal ligt. Maar het was in geen enkele boekhandel te koop. Boekhandels hebben namelijk weinig Marokkaanse klanten, want die lezen niet. Dat was de eerste grote tegenslag. Dus ben ik met mijn boek naar de mensen toe gegaan door lezingen te geven in scholen, buurthuizen en moskeeën. Dan verkoop ik altijd boeken. Ik ben niet gestopt toen mijn boek niet in de winkel lag, maar doorgegaan. Het gaat altijd om de vraag wat de volgende stap moet zijn om je doel te bereiken. Nu word ik gebeld door mensen die mijn verhaal willen horen. Dat heeft ongeveer vijf jaar geduurd. Voor mij was dit een
belangrijk leerproces.

Wat is de kern van uw boek?
In mijn boek ga ik uit van vier basisprincipes:zelfkennis en zelfreflectie, positief denken en zelfvertrouwen, het geloof in God en, als vierde principe, het voorbeeld van succesvolle Marokkanen in Nederland. Vervolgens werk ik deze principes uit in een methode van zeven stappen om Marokkanen meer zelfbewustzijn te geven en te laten zien dat er wel degelijk kansen zijn op een beter en rijker leven. Het is dus een handboek en geen wetenschappelijke analyse van de benarde positie waarin veel Marokkanen zich bevinden. Ik wil mensen inspireren om zichzelf van binnenuit vrij te maken, waardoor zij zelf hun eigen keuzes kunnen maken. Als mensen zelf hun keuzes hebben gemaakt voor vrijheid, succes en geluk, dan zijn zij per definitie beter geïntegreerd en kunnen zij hun eigen omgeving op hun beurt weer inspireren.

Werkt deze methode ook zonder het geloof in God?
Ja, deze methode is universeel toepasbaar. Niet iedereen gelooft in God, en er zijn natuurlijk naast de islam nog andere godsdiensten. Door aan te sluiten bij Marokkanen die veel kracht putten uit hun geloof kan ik bijvoorbeeld een brug slaan tussen de islamitische cultuur en de psychoanalyse. In mijn boek citeer ik dan ook uit de Koran: ‘God is alomvattend en alwetend. Hij geeft de wijsheid
aan wie hij wil. En aan wie de wijsheid gegeven is, aan hem is veel goeds gegeven. Maar alleen de verstandigen laten zich vermanen.’ Hiermee wil ik duidelijk maken dat het verwerven van kennis en wijsheid voor moslims geen keuze is, maar een plicht. Kennis en informatie zijn essentieel om verder te komen in het leven. Door Marokkanen een spiegel voor te houden, stimuleer ik hen tot zelfreflectie. Als de leerling bereid is, zal de meester verschijnen.

Door wie heeft u zichzelf laten inspireren?
Naast Mahatma Ghandi is vooral Martin Luther King een inspiratiebron voor mij geweest. Vooral zijn analyse van de situatie waarin de zwarte Amerikaanse gemeenschap zich in de vijftiger jaren van de vorige eeuw bevond. De armoede en de onwetendheid wilde hij bestrijden door mensen te laten investeren in zichzelf en zo naar een hoger niveau van bewustzijn te ontwikkelen. Andere
schrijvers die mij hebben geïnspireerd zijn Wayne Dyer, Daniel Ofman, Dale Carnegie en het werk van Rudolf Steiner, de Dalai Lama en Donald Walsh.

Kunt u met deze methode de moeilijkste groep Marokkaanse jongeren wel bereiken?
Ja, maar niet direct. Het is een illusie om direct de harde kern te kunnen benaderen. Ook met miljoenen kostende overheidsprojecten lukt dat niet. De eerste groep die wij hebben benaderd zijn de trendsetters. Dat zijn succesvolle Marokkanen, die een voorbeeld kunnen zijn voor anderen. Daarbij gaat het niet alleen om mensen als Ahmed Aboutaleb of Fatima Elatik, maar ook om arbeiders die een mooi vak uitoefenen. De rode draad in hun verhaal is dat het gaat om een combinatie van zelfvertrouwen en discipline. Vervolgens benaderen we maatschappelijke organisaties als scholen, welzijn, politie en gemeenten.
Medewerkers van die organisaties trainen en begeleiden wij zodat zij dezelfde taal gaan spreken. Als zij voldoende geïnspireerd zijn, kunnen zij daarna zelf met de methode aan de slag. De derde groep die wij benaderen, zijn vaders, oeders en hun gezinnen. En als laatste gaan we aan het werk met jongeren zelf, ook de jongeren die het moeilijk hebben door radicalisering of criminalisering. De bedoeling is een klimaat te bouwen dat iedereen raakt. Daarmee heb je de meeste kans op duurzame verandering. Het is echter niet eenvoudig en kost tijd, energie, geduld en vastberadenheid.

Op welke manier werkt u bijvoorbeeldmet jongeren?
Sinds het begin van dit jaar hebben we jongerenwerkers, onderwijzers, ouders en jongeren getraind. Bovendien trainen we allochtone jongeren die gaan solliciteren bij de politie vanMidden Holland. De succesmethodiek zetten wij in om hen voor te bereiden op het assessment, waar zij tot nu toe moeilijk voorheen komen. In het najaar starten we onder meer bij vier justitiële inrichtingen om veertig allochtone jongeren te trainen ter voorbereiding op terugkeer in de maatschappij. Gevangenschap is bij uitstek het moment om na te denken over de rest van het leven. Die jongeren stellen het op prijs als je ze zonder waardeoordeel benadert. Door armoede en onwetendheid hebben veel Marokkaanse jongeren nooit geleerd hun eigen leven te managen. Op school leren ze niets over de kunst van het leven. Hun ouders weten het vaak ook niet. Na de zomer starten we op het Albedacollege in Rotterdam met 220 mbo-scholieren om schooluitval te voorkomen. Staatssecretaris Aboutaleb doet de aftrap. In mijn boek adviseert Aboutaleb iedereen drie dingen: leren, leren, leren. Alle Marokkaanse ouders zeggen dat ook tegen hun kinderen. Maar alleen zeggen is niet voldoende. Het leven in Nederland is voor allochtonen heel complex. Als de ouders naar Al Jazeera kijken, kunnen hun kinderen Sesamstraat niet zien. Zij kennen Ieniemienie en Tommy niet. Daar begint de achterstand al. Maatschappelijke binding krijg je zo ook niet.

Heeft de overheid hier geen taak?
De overheid investeert miljoenen in allerlei nutteloze projecten en wil meteen resultaat zien. Maar duurzame verandering kost tijd. Je hebt geen miljoenen van de overheid nodig om te denken. Vaak vormt de overheid eerder een obstakel. Met overheidsgeld wordt vaak meer van hetzelfde gedaan, waarmee het bestaande beleid alleen maar wordt versterkt. Toen ik minister Verdonk mijn boek overhandigde, zei ze niets en keek met een blik van ‘waar bemoei je je mee’. Henk van Hoof, ook VVD’er, las toen hij nog staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was, mijn boek. Hij was gecharmeerd van de liberale gedachte dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin zij zich bevinden. Van Hoof was zo enthousiast dat hij tijdens onze training aan scholieren van het ROC in Utrecht spontaan kwam kijken hoe de methode in de praktijk werkt. Vervolgens kregen we een kwart miljoen subsidie om de campagne Trendy Maroc Star verder te ontwikkelen. Daarmee nam hij een risico. Datzelfde risico nam ook stadsdeel Zeeburg in Amsterdam, dat als eerste lagere overheid een project steunde voor jongerenwerkers, Marokkaanse jongeren en hun ouders. Het durven risico’s te nemen en zelfreflectie, dat zie je te weinig bij de overheid. Overal zoek ik medelichtdragers, die het aandurven te kiezen voor onze onorthodoxe aanpak.

Jeroen Zonneveld Abkader Chrifi: Het geheim van de Trendy Maroc Star. De weg naar succes. Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht/ Antwerpen 2004, 2006 ISBN 90 215 8030 6

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Staatscourant, september 2007