De tegenstelling Angelsaksisch versus Rijnlands is te beschouwen als een filosofische kwestie: Neem je rationaliteit voor lief of vind je rationaliteit ook wel eens eng?

Rationaliteit vat ik hierbij als volgt op: het gebruik van het redeneervermogen van de mens (ratio) voor het kennen en beheersen van zijn omgeving en voor verantwoording van zijn acties en gedachten.

Wat kan daar mis mee zijn? Is er iets mis met verantwoording en beheersing? Als iemand verantwoording aflegt voor zijn handelen is dat sympathiek. Het wederzijds afleggen van verantwoording kan beschouwd worden als een basisgegeven dat coördinatie en betrouwbaar samenwerken mogelijk maakt, binnen organisaties en daarbuiten. En de belofte van beheersbaarheid is misschien een beetje naief, maar als streefdoel toch zeer respectabel. Het loslaten van die pogingen geeft vrij baan aan allerlei vormen van irrationaliteit en dat is pas echt een probleem. Toch?

Bij nader inzien is er van alles aan te merken op het verschijnsel rationaliteit. Het denken kan namelijk blind worden en in zichzelf vastlopen. Filosofen als Nietzsche en Heidegger wijten dat aan de werking van de ratio: ons kennen en denken voltrekt zich door het onderbrengen van verschijnselen in categorieën. De ratio uniformeert de verschijnselen, scheert ze over één kam en creëert daarmee illusies. De verderfelijke uitwerking van deze trek van de ratio wordt uitgedrukt in de Duitse uitspraak: Jede Konsequenz führt zum Teufel. Ten diepste bestaat de illusie van de rationaliteit in de gedachte dat logica, mits goed doorgevoerd, noodzakelijkerwijs iedere keer bij dezelfde waarheid moet uitkomen, die daarmee dus dé waarheid is. Ratio’s kunnen dus eigenlijk niet met elkaar praten, er is immers niets uit te wisselen want er is maar één waarheid. Hooguit heb je elkaar nodig om de ultieme waarheid te achterhalen.

Dat is precies wat er gebeurt als het kapitalisme vrij spel krijgt, d.w.z. als de logica van het aandeelhouderschap als veel logischer wordt bestempeld dan bijvoorbeeld de logica van de werknemers of van het milieu. Dan is het “niet meer dan logisch” dat je het milieu uitbuit; dan is het “rationeel” dat Google zich uit angst voor de aandeelhouders schikt in de censuur van de Chinese overheid; en dan geldt als “volwassen” dat je consumenten in je commercials als kleine kinderen aanspreekt.

Deze kapitalistische vanzelfsprekendheden vormen een voorbeeld van wat mijn filosofische held Levinas het “imperialisme van het denken” noemt. Levinas wijst erop hoe een bepaalde logica of rationaliteit uit zijn aard geneigd is zichzelf te zien als dé logica, als laatste woord over de wereld. Dus: pluraliteit van rationaliteiten inwisselt voor de alleenheerschappij van de eigen logica.

In zijn werken voert Levinas een kruistocht tegen de imperialistische neigingen van het denken. Rationaliteit is volgens hem iets listigs. We hebben het nodig voor onze beheersing van de wereld maar tegelijkertijd produceert het denken aan de lopende band illusies. Het denken kan blind worden en tot tunnelvisies leiden. Zijn vraagtekens bij de negatieve aspecten van de rationaliteit heeft hij tot uitgangspunt van zijn filosofie gemaakt.

Levinas ziet rationaliteit – gerichtheid op beheersing en verantwoording – als een dominant kenmerk van de westerse filosofie gedurende twee- en een halfduizend jaar.
Het rationele denken heeft volgens hem de verdienste de wereld te verhelderen en beheersbaar te maken.
Maar tegelijkertijd heeft het de kwalijke eigenschap om dingen en mensen van hun eigenheid te beroven en in te voegen in een gelijkgeschakelde rationele orde.
Weliswaar is die orde een illusie, maar daarom niet minder klemmend. Want juist die orde die geschapen wordt is verleidelijk, en kan mensen ertoe brengen andere wijzen van denken af te wijzen. Levinas noemt dat totalitair.
Het totalitaire karakter van de rationaliteit kan weerstand en verdriet oproepen bij mensen die door dat denken ingelijfd worden.
De ellende die totalitaire systemen zoals communisme en fascisme hebben teweeg gebracht koppelt hij dan ook aan de gewelddadigheid van het westerse denken.

Wat heeft dit alles nu met de Angelsaksische en Rijnlandse modellen te maken.?

Ik denk dat het kapitalisme in zijn Angelsaksische variant volgens de criteria van Levinas ook totalitair genoemd kan worden. Het kan in het rijtje bij communisme en fascisme. Eén logica wordt tot zijn uiterste consequenties gevolgd en maakt alle andere logica’s aan zich ondergeschikt. Die alleenheersende logica is in dit geval die van het aandeelhoudersbelang.

Dat komt in allerlei verschijnselen naar voren. De voorbeelden die ik hierboven aanroerde illustreren dat: uitputting van het milieu, zwichten voor dictators, infantilisering van de consument. En de rij voorbeelden is gemakkelijk aan te vullen. Denk aan de absurd hoge topsalarissen, het geschuif met medewerkers, uitholling van de sport.

Het is allemaal niet meer dan logisch, gezien vanuit de rationaliteit van het aandeelhoudersbelang.

Hier kun je knap somber van worden dus de vraag is: is hier wel een uitweg uit?
Is het denken, het aanhouden van een logica, per se totalitair?

Levinas gaat ver in zijn bezwaren tegen de rationaliteit en is geneigd de totalitariserende werking van het denken overal te signaleren.
Maar – en dit is belangrijk – het totalitaire karakter van het denken heeft voor Levinas niet het laatste woord.
Want er is zoiets mogelijk als een schaamtevolle confrontatie waarbij de denker geconfronteerd wordt met de weerstand van zijn slachtoffer, door Levinas ‘de Ander’ genoemd.
De denker ziet daarbij zichzelf en zijn denken ter discussie gesteld.
Langs die weg kan het denken tot zelfkritiek gebracht worden en tot herziening van standpunten.

Als het waar is wat Levinas zegt, dan zou een dergelijk patroon ook op het economische vlak te vinden moeten zijn. Daar waar het kapitalistische stelsel zich genesteld heeft.

Laten we dat punt voor punt even nagaan.
Allereerst: Wie zit er dan in de rol van de denker? Dat is de kapitalist, degene die er de kapitalistische logica op na houdt en daar heilig in gelooft.

Vervolgens, en moeilijker: Wie is dan de Ander in dat stelsel, degene die de rigiditeit van de kapitalistische logica kan relativeren?
Om op die vraag een antwoord te vinden ga ik uit van wat Levinas zegt over de ander, namelijk:
de Ander is degene die mijn rationaliteit beschaamt. Ook wel: de ander is degene die afwijkt van de dominante rationaliteit.

Dat moeten de slachtoffers zijn van de logica van het rigide kapitalisme.
In het verleden ging het bijvoorbeeld om fabrieksarbeiders in schandalige leefomstandigheden. Zij konden kapitalisten, hoezeer ze zich ook afschermden, confronteren met de gevolgen van hun uitbuiting. Er waren inderdaad kapitalisten die zich daardoor lieten beschamen en de belangen van kinderen en werknemers gingen beschermen.
In het heden kan De Ander belichaamd worden door Afrikanen die gezondheidschade lijden als gevolg van activiteiten van Shell in Nigeria; of door slachtoffers van de kapitalistische wederopbouw van New Orleans.

Het gebéurt, tegen alle cynisme in, dat nieuwskijkers of journalisten (denk aan Naomi Klein) die met deze slachtoffers geconfronteerd worden, tot actie overgaan.
Zij stellen een andere rationaliteit tegenover of naast de dominante: naast aandeelhouderswaarde (die blijft belangrijk) zijn er de rationaliteit van de omwonenden en de van de werknemers.

Daarmee gebeurt er filosofisch iets fundamenteels: er is niet langer één waarheid en één logica, maar meerdere waarheden en meerdere logica’s naast elkaar. Er zijn filosofen die betwijfelen of dat wel kan, maar in het Rijnlandse model kan het. Zo belichaamt het Rijnlandse model een soort postmodernisme avant la lettre.

Dus samenvattend, wat is er filosofisch interessant aan de tegenstelling tussen het Rijnlandse en het Angelsaksische model?
Het Angelsaksische model houdt zich aan het traditionele, rigide filosofische schema: er is één waarheid en één logica. Het duldt geen serieuze concurrenten op die alleenheerschappij en geen afwijkingen. Die alleenheersende rationaliteit heet: kapitalisme.
Het Rijnlandse model belichaamt een verwaterd, misschien zelfs rebels filosofisch model: er zijn meerdere waarheden en logica’s naast elkaar mogelijk. Ook het Rijnlandse model omhelst het kapitalisme maar het duldt andere logica’s naast zich, zoals de rationaliteit van de vakbonden of andere belangengroepen. Het Rijnlandse model laat zich gezeggen door de ander. Het heeft ruimte gemaakt voor de ander en het heeft die ruimte in instituties verankerd. Daarmee geeft het Rijnlandse model blijk van een gezonde achterdocht tegen het imperialistische karakter van de rationaliteit. De neiging tot alleenheerschappij wordt tegengegaan.

Het gegeven dat het Angelsaksische model die gezonde argwaan niet lijkt te kennen houdt naar mijn idee een groot gevaar in. Het geeft de dominante rationaliteit vrij baan om alles aan zijn loop ondergeschikt te maken, het pakt totalitair uit.

Daardoor bedreigt het de pluraliteit en daarmee de democratie. Het is zelfs niet uit te sluiten dat het totaliserende kapitalisme aan zijn eigen rigiditeit ten onder gaat.

Dr. Naud van der Ven, filosoof, oktober 2007