Dwarskijken: Pleidooi voor Rijnlands model – Albertjan Peters
We moeten flexibiliseren op de arbeidsmarkt. Maar hoe? Maria van der Hoeven komt met voorstellen om de 36-urige werkweek op te rekken en de pensioengerechtigde leeftijd eveneens. Het kabinet heeft daarnaast het voornemen, het ontslagrecht te versoepelen. We willen onze positie in de wereldeconomie handhaven. Dat betekent dat we mee moeten in de ratrace met lage lonenlanden, waar inmiddels grote concerns in nog sterkere mate de scepter zwaaien dan bij ons.
De globale markteconomie brengt meer welvaart voor allen, maar meer stress voor het individu! De verhouding tussen de productiefactoren kapitaal, arbeid en management was tot voor kort als je er globaal naar keek verdeeld tussen het staatskapitalisme van de communistische wereld, het Angelsaksische model met de nadruk op de aandeelhouder en het West-Europese, vooral Duits-Nederlandse Rijnlandse model.
In het Rijnland wordt evenwicht nagestreefd. De werknemers zijn verzekerd van een redelijke rechtspositie en goede beloning, de aandeelhouder van een redelijk rendement en de bedrijven van hun voortbestaan. Een hoogleraar van de UT legde me dat van de week nog eens uit. En hij beschreef vervolgens, hoezeer de wereld in verwarring is. Want nog geen dertig jaar na de val van de Muur investeren Chinese staatsbedrijven, die volstrekt kapitalistisch opereren, in onze grote banken. En aandeelhoudersfondsen opereren als geldverslindende piranha’s in plaats van dat ze goedlopende bedrijven in de lucht proberen te houden.
Alle verhoudingen zijn zoek. Hij bepleitte hernieuwde aandacht voor dat Rijnlandse model. Zelfs prees hij Joop den Uyl voor de invoering ervan. Dat leek me wat overdreven. De wortels van de consensusmaatschappij liggen voor ons land toch vooral in de naoorlogse wederopbouw. Dan denk je aan namen als Drees, Lieftinck, Romme, Oud. En, wat later, aan de vorming van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. De bakermat van wat nu een van de sterkste economieën van de wereld is: de Europese Unie. Maar hij had wel een punt. Het zou Europa meer stabiliteit brengen wanneer de samenhang tussen de productiefactoren opnieuw wordt uitgevonden op een manier die gewone mensen een redelijke bestaansgrond geeft.
In deze krant beschreef Paul Koeslag, voorzitter van een CNV-bond, de traumatische ervaring die iemand opdoet bij ontslag. Terwijl aandeelhouders incasseren en topfunctionarissen zich aan bonussen tegoed doen, verdwijnt de werkgelegenheid. Voor een deel vloeit dat voort uit de noodzaak dingen slimmer te doen. Na de sectoren met massaproductie hebben de afgelopen tientallen jaren ook veel gesubsidieerde instellingen, bijvoorbeeld in zorg en onderwijs, daarmee te maken gehad. Dat zal nog wel even doorgaan. Daar is nog veel te verbeteren. Maar we stellen ook onze maatschappelijke prioriteiten verkeerd. Het huidige marktdenken bevoordeelt uitsluitend aandeelhouders. Het management wordt (exorbitant) beloond voor maximale aandeelhouderswinst. Niet voor het voortbestaan van het bedrijf. En in de collectieve sfeer holt het doorgedraaide marktdenken de kwaliteit van de samenleving uit. Want anders kun je dat toch niet noemen, wanneer in de thuiszorg ontslagen moeten vallen op een moment dat de vergrijzing de vraag geweldig zal doen stijgen. Wanneer kinderopvang en scholen onvoldoende personeel kunnen aantrekken.
Nederland mag best weer wat meer gidsland zijn als het erom gaat, dergelijke Europese vraagstukken op een Europese manier op te lossen. Met gebruikmaking van dat goede oude Rijnlandse model!
Dagblad Tubantia, september 2007
0 comments Henk | Artikelen, Blogroll

