Ondernemen voor de toekomst – Frits Schipper
Vandaag, 20 april 2007, het Vanwoodman bezoek aan Trendis in Bussum. Tijdens eerdere bestuursvergaderingen is de naam van het bedrijf regelmatig genoemd voor een bedrijfsexcursie. Vandaag is het zover en het lijkt echt de moeite waard. Daarom ga ik ook, maar hoe? Fiets, openbaar vervoer, auto? Er zijn verschillende mogelijkheden. Voor de heenreis is er tijd genoeg om de fiets te nemen, ook al is het 45 km. Bovendien: een groen bedrijf bezoeken en dan zwart reizen? Wil je consequent zijn dan kan dit toch eigenlijk niet. Ik aarzel, we zouden na afloop nog ergens wat gaan eten, dan wordt het wel laat. Openbaar vervoer? Het vele overstappen en wachten dat in het verschiet ligt zijn niet aanlokkelijk; toch maar niet. Uiteindelijk neem ik de auto, ga ruim op tijd weg vanwege het file-risico, en stel me gerust met een Duits gezegde, “jede Konsequenz führt zum Teufel”.
Eenmaal in Bussum aangekomen, is er een straat afgesloten. De geadviseerde Anwb-route gaat niet meer op, het vragen van de weg levert niets op en van Trendris heeft nog niemand gehoord. Dan maar terug naar de rand van het bussumse, naar de Info. Dit blijkt echter niet eenvoudig. Na een tijdje rondgereden te hebben, zie ik opeens de kaart langs de weg; eindelijk, maar qua reistijd had ik net zo goed de fiets kunnen nemen. Het “U staat hier” leert dat Tendris dichtbij moet zijn. Na wat afslagen ben ik op de Flevolaan, maar wel bij nr. 2. Dus de andere kant op, een paar honderd meter verderop zal nr. 41 toch wel zijn. Er een gebouw, bekend van de tv. Is dit niet het kantoor van dat mediabedrijf, met eerst die diepgravende naam en nu één waarvoor een griffel nodig is? Ik twijfel, in niets lijkt het op een plek waar techniek centraal staat en waar dingen geproduceerd worden. Uiteindelijk blijkt Tendris toch in een deel van het rustieke pand gehuisvest en in de hal tref ik een aantal bekenden; gelukkig nog net op tijd.
We worden plezierig ontvangen door Paula Poldervaart en naar een vergaderruimte gebracht. Op tafel ligt een vreemd metalen ding. We vragen ons af wat het is, een tapspiraal of een warmtewisselaar misschien? Dan komt Ruud Koornstra, één van de oprichters. Hij heet ons van harte welkom en begint met vertellen: geen powerpoint, geen gelikte presentatie, geen grafieken, geen organogram, wel zijn persoonlijk verhaal. Over hoe hij z’n studie pegagogiek stopte en met een vriendje in een kamer begon tv-programma’s te bedenken, hoe dit uiteindelijk tot het derde mediabedrijf van Nederland uitgroeide, dat de tent werd verkocht voor veel geld. Dit laatste zou, zo meende hij, een van de jongensdromen kunnen waarmaken: een dure BMW met, in marketing termen, allerlei “customized” snufjes. Toen de auto werd afgeleverd, nam hij vol verwachting plaats achter het stuur: de ultieme gelukservaring zou weldra komen. Eenmaal op weg in de bolide overviel hem echter een niet te ontkennen gevoel van zinloosheid: is dit nu alles? Deze ervaring werd het begin van een zoektocht naar iets goeds dat voor de toekomst werkelijk een verschil zou maken maken.
Als eerste stap in die zoektocht werd een afspraak gemaakt met de staatssecretaris van ontwikkelingssamenwerking. Die zou, er werd in 10 jaar tijd 40 miljard besteed, toch wel inzicht kunnen geven in wat goed is om te doen? Er was helaas niets te melden! De conclusie was duidelijk: zelf een nieuwe onderneming starten gericht op duurzaamheid, want daar moeten we het wel van hebben. Er was voldoende eigen kapitaal, geen gedoe dus met banken en de vereiste gedetailleerde businessplannen. Er werd contact gezocht met geïnteresseerde, creatieve, technici en men ging aan de slag in een schuur. Dit was de start van Tendris. De eerste uitvinding betrof het boven genoemde metalen ding. Inderdaad, een warmtewisselaar. Ingebouwd in een auto brengt deze de benzine, voordat die in de cilinderkamer komt, met behulp van koelwater op een hogere temperatuur. Men heeft het ding ingebouwd in eigen auto’s en de ervaring leerde dat een besparing op het brandstofgebruik van 40% haalbaar is. Vanwege de zekerheid werd contact gezocht met TNO. Deze organisatie zag er echter weinig in: het werkte niet en als het zou werken, dan werkt het toch niet. Hoe zit het nu? Duidelijkheid op technisch vlak wordt door Ruud Koornstra niet gegeven, wel horen we over belangen die spelen. TNO wordt voor 70% gefinancierd door de automotive industrie. Die hebben geen belang bij besparing, dus wat dacht je nu eigenlijk? Verder is het zo dat de meeste auto’s systemen voor motormanagement hebben, waar de warmtewisselaar niet op aansluit; er moet dus teveel veranderd worden en dat wil men niet.
De teleurstellende ervaring met TNO heeft Ruud Koornstra geleerd dat je bij de eindgebruikers moet zijn. Zij zullen het verschil kunnen maken, mits je duurzaamheid met economische besparingen weet te combineren. Er wordt verder verteld over hoe, min of meer bij toeval, vanuit bijna niets, een bedrijf voor de leverantie van groene energie wordt gestart en verder ontwikkeld (Oxxio). Op een gegeven moment toont Shell belangstelling. Vol verwachting ging men op bezoek. Shell bleek over een periode van ruim twee naar nog nauwelijks een klantenkring voor groene stroom te hebben opgebouwd, bij Oxxio is de groei 30.000 per maand. Ook hier weer: let op de eindgebruiker, zorg dat de groene stroom net groen genoeg is en ietsje goedkoper dan gewone. Eigenlijk wisten ze het al: met Shell kon het gewoon niks worden. Groene stroom van een bedrijf dat leeft van het zwarte goud? Onmogelijk! Oxxio is, toen het bedrijf er eenmaal, stond verkocht aan een Engelse onderneming. Men heeft daarbij de garantie dat, in ieder geval over een afgesproken periode, het product van Oxxio groen zal blijven. Zo wordt ook duidelijk wat Tendris wil zijn: een intitiëringsbedrijf voor duurzame producten.
Dan komen de Led-lamp en de VisaGreenCard voor ons in beeld, dit zijn de andere (uit)vindingen van Tendris. Ruud neemt de lamp in de hand en vertelt verder. Opeens gaat de lamp branden. Een magische truc? Een aanwezige ‘alfa’ denkt dat de elektriciteit uit de lucht komt, maar dit is niet zo. Wat we zien is eigenlijk een soort zaklantaarn. Er is dus wel degelijk voeding nodig en van de Led-lamp wordt juist op dat punt veel verwacht: 100.000 branduren met een besparing van wel 90% op het energiegebruik. De lamp komt ook net op een goed moment. Bill Clinton was kortgeleden in Nederland, voor de campagne i.v.m. de “global warming”, en tijdens een drukbezochte bijeenkomst werd de lamp hem ter hand gesteld. Mooi verhaal. Ik kijk even naar het plafond. Zouden de ingebouwde spotjes ook al ‘geled’ zijn? Het lijkt van niet, maar wat doet dat er toe? Ik denk weer aan het Duitse gezegde en ben onder de indruk van het technisch vernuft van waaruit het idee van de Led-lamp is voortgekomen. De VisaGreenCard, ten slotte, is een creditcard met CO-2 compensatie. Wordt er, bijvoorbeeld, voor een bepaald bedrag aan benzine getankt, dan levert het verbruik van de benzine een bepaalde CO-2 uitstoot op. Dit wordt berekend en door Tendris (Visa?) gecompenseerd door de aanplant van bomen en/of milieutechnologische innovaties. Voor de klant wordt een overzicht bijgehouden. Zo wordt bewustwording bereikt, maar ook hier geldt weer: zorg voor economische besparing ten gunste van de klant. Let er dus op dat de card net even goedkoper is dan de andere die op de markt zijn.
Dit laatste herinnert aan discussies over economie en prijsvorming, met name de opvatting dat, idealiter, alle informatie in de prijs is opgenomen. Het idee van de “vervuiler betaalt” borduurt hierop voort, maar dit moet wel via extra heffingen geregeld worden. De overheid zou dit moeten doen, maar voor je het weet kun je door de vele belang-bomen het milieusparende droombos niet meer zien. Bij Tendris willen ze het daarom anders aanpakken: duurzaamheid die goedkoper is voor de eindgebruiker, op basis van hun eigen, economisch verantwoorde, prijsstelling. Die economische verantwoording is nodig, omdat er voor de continuïteit van de onderneming inderdaad geld verdiend moet worden. Geld zien ze daarbij echter als een middel en niet als een doel op zich. Good old Aristoteles zou het daar vast mee eens zijn geweest. In de visie van Trendris heeft duurzaamheid alleen toekomst wanneer het voldoende winst oplevert. Vanuit deze benadering werken, dat is nu de kunst van het ondernemen. Volgens Ruud Koornstra zijn de drie D’s daarbij van belang: dromen, denken, doen, en het begint met dromen.
Alle deelnemers vonden het een interessante, bijzondere, middag. We hebben geen laboratoria en productiehallen bezocht, maar wel een echte ondernemer ontmoet die vertelde over zijn passie. Natuurlijk waren er ook de nodige vragen. Over innovatiebeleid, over het organiseren van creativiteit. Kan zo iets wel? Is het niet meer dan globaal ‘sturen’ op basis van vrijheid? Ook de rol van het denken en reflectie kwam aan de orde. Is dat niet overbodig? Het gaat toch uiteindelijk om het doen? Oppervlakkig gezien lijkt dat zo te zijn. Aan de andere kant onderstreepte Ruud Koornstra ook de noodzaak steeds alert te zijn. Wat heb je niet bereikt?; waar heb je echt twijfels over?; doe je het wel goed (in de breedste zin van het woord)? Dit zijn reflectieve vragen die verwijzen naar wat je een ‘heuristiek van de twijfel’ zou kunnen noemen; iets dat mij als filosoof wel aanspreekt. Veel dingen bleven op 20 april onbesproken. Hoe ervaren de werknemers het bijvoorbeeld? Staat er net iets, wordt de boel weer verkocht; hoezo duurzaamheid? Moet, als dit ‘D-woord’ valt, niet steeds de vraag gesteld worden “ duurzaamheid waarvan?”. Vele antwoorden zijn mogelijk: duurzaamheid van het kapitaal, van de werkgelegenheid, van de organisatie-waarden, van de productie-processen, van het vakmanschap, van de producten, etc. Is eenmaal duidelijk wat wordt bedoeld, dan kan de heuristiek van de twijfel vervolgens meer gericht haar licht doen schijnen.
Frits Schipper
Ma-opleiding Filosofie in Bedrijf
Vrije Universiteit
e-mail: f. schipper@ph.vu.nl

